5 tips voor bergwandelaars & hikers, hoe bereid je je voor?

Lana Donse

Een trekking in de bergen is één van de beste dingen die je op reis kunt doen, als je het mij vraagt. De natuur heeft zoveel moois in zich. Een lange tocht te voet kan bovendien een verdiepende ervaring zijn – je bent meer dan anders op jezelf aangewezen, staat even los van het dagelijks leven, en leeft op het ritme van de natuur. Heerlijk! Het is natuurlijk wel belangrijk om je goed voor te bereiden op een tocht in de bergen. Hier vind je vijf tips om je helemaal klaar te stomen voor je avontuur.

1. Bepaal je route

Wanneer je een tocht in de bergen wil gaan maken, gaat er een wereld voor je open. Overal ter wereld vind je prachtige gebieden en talloze routes waar je uit kunt kiezen, van de Schotse Hooglanden tot aan de Himalaya. Waar moet je beginnen? De eerste stap in je voorbereiding is om te bepalen wat voor route je wil gaan lopen. Er zijn een paar belangrijke factoren om rekening mee te houden:

  • Wat is je niveau? Er zijn vrij lichte tochten met redelijk vlakke paden tot zware routes waarbij je veel moet klimmen. Heb je nog nooit een trekking gedaan, dan is het verstandig om te beginnen met een niet al te zware tocht. Vaak is dat al uitdagend – en mooi – genoeg. Is dat een eitje en wil je meer, dan ga je de volgende keer gewoon een stap verder!
  • Tot welke hoogte wil je gaan? Het is soms lastig te voorspellen hoe je op hoogte reageert, maar toch is het belangrijk om hierover na te denken. Hoe hoger je komt, hoe minder zuurstof er in de lucht is. Vanaf ongeveer 3000 meter bestaat de kans op hoogteziekte. Hoogteziekte betekent dat je door zuurstoftekort vochtophopingen in je lichaam krijgt, inclusief je hersenen. De eerste symptomen zijn duizeligheid en misselijkheid – als je dan afdaalt, zakt het vaak vanzelf weg. Maar ga je door, dan kan het vocht ook in de hersenen ophopen en dat kan levensbedreigend zijn. Je kunt hoogtepillen innemen ter preventie en zorgen dat je genoeg water drinkt. Op zich kun je daarmee een hoop voorkomen en als je goed op de signalen let, kan er niet veel mis gaan. Je hoeft je dan dus niet tegen te laten houden door de hoogte.
  • Hoe lang wil je een tocht maken? Dat kan variëren van verschillende dagtochten vanaf dezelfde uitvalsbasis of weken- tot zelfs maandenlange routes. Beide hebben voor- en nadelen. Op een lange tocht ga je vaak door een diversiteit aan landschappen en raak je verder van de bewoonde wereld af. Dat is fantastisch, maar houd er ook rekening  mee dat dit zowel fysiek als mentaal een uitdaging is. Doe je één of meerdere dagtochten, dan geef je jezelf de kans om uit te rusten of te stoppen als dat nodig is en je kunt ook afwisselen met andere activiteiten.
  • Hoe wil je overnachten? Wil je dat er lodges of guesthouses zijn, of ga je graag wildkamperen? Maar dat laatste is niet overal toegestaan, dus zorg dat je weet of dat mag. Kies je voor een tocht met accommodatie, check dan vooraf of alles open is en of je moet reserveren. En vraag na welke faciliteiten er zijn – soms is alles aanwezig om te kunnen koken en slapen, maar soms zijn er alleen simpele bedden en een kampvuurtje. Afhankelijk hiervan neem je meer of minder bepakking mee (zie ook hieronder bij tip 4).
  • Heb je behoefte aan uitvalsroutes en mogelijkheden om af te wijken van je route, of ben je niet bang en ga je voor avontuur? Wees verstandig als je geneigd bent in het diepe te springen. Een eerste ervaring in de bergen is toch echt het leukste als je jezelf de kans geeft een stapje terug te doen wanneer nodig. Heb je meer ervaring en weet je wat je doet, dan kun je misschien voor wat meer uitdaging gaan.

Al deze factoren kun je meenemen om te bepalen waar je naartoe gaat en welke route je dan kiest. Heb je je keuze gemaakt, bestudeer dan routekaarten en reisgidsen zodat je het gebied waar je gaat wandelen al leert kennen. Het kan bovendien raadzaam zijn om een lokale gids in de arm te nemen (zie ook tip 3) die het gebied op zijn of haar duimpje kent.

2. Plan wanneer je gaat

Als je eenmaal weet welke tocht je wilt gaan maken, kun je plannen wanneer je het beste kunt gaan. De beste tijd voor een tocht in de bergen verschilt per gebied. In sommige landen heb je te maken met de moesson, of worden delen van het gebied afgesloten bij sneeuw. Houd dus rekening met het seizoen en het klimaat.

Ook kun je nagaan wanneer het hoogseizoen is – meestal is dat afhankelijk van het klimaat – en of je in die periode wil reizen. Soms heeft het juist voordelen om in het laagseizoen te gaan: het is rustiger, de prijzen zijn lager en je maakt een heel andere sfeer mee in de natuur.

Tot slot zijn er natuurlijk praktische redenen waar je rekening mee moet houden in je planning. Hoe lang kun je vrij nemen van werk? Ben je gebonden aan vakanties van je kinderen of partner? Gaan er reisgenoten mee?

Bij de planning is het ook goed om zowel voor als na de trekking een paar dagen speelruimte te nemen, zodat je kunt acclimatiseren en uitrusten. En mocht de tocht niet helemaal volgens plan gaan, dan is het ook fijn als je een paar dagen kunt uitlopen!

vrouw in de bergen

3. Veiligheid voorop

Hoe gaaf en avontuurlijk het ook is om een trekking in de bergen te doen, het is niet zonder risico’s. Het weer in de bergen kan onvoorspelbaar zijn, en vaak kom je in afgelegen gebieden terecht. Hier hoef je je niet door te laten tegen houden, maar het is wel verstandig om je erop voor te bereiden.

Ga je graag alleen, zorg dan dat je ervaring hebt met tochten in de bergen. Weet waar je aan begint. Heb je die ervaring nog niet, ga dan met een gids op pad. Dat is niet alleen veiliger, maar ook gezellig. Een lokale gids kan je vaak veel meer vertellen over de omgeving en de cultuur. Ook kan een gids erg behulpzaam zijn als je de taal niet spreekt.

Zorg verder dat er mensen zijn die op de hoogte zijn van je tocht. In afgelegen gebieden heb je meestal beperkte verbinding met internet, dus zorg voor alternatieven. Schrijf voor jezelf belangrijke nummers op die je kunt bellen in geval van nood.

4. Uitrusting samenstellen

Wanneer je alles hebt gepland, weet je wat je mee moet nemen. Het belangrijkste is je tas: hoe groot moet die zijn? Moet je alles meenemen, van tenten tot kookgerei, of hoef je alleen kleding en toiletspullen bij je te dragen?

Qua kleding is het goed om overal op voorbereid te zijn. In de bergen is het weer vaak wisselvallig. Je moet dus berekend zijn op zowel kou als warmte, zonnig weer en regen. Het makkelijkste is om in laagjes te denken. En natuurlijk zijn goede schoenen essentieel. Vraag advies bij een outdoorwinkel – het is namelijk heel persoonlijk wat een ‘goede schoen’ is. Zorg ook dat je ze goed ingelopen hebt; blaren is wel het laatste waar je op zit te wachten als je elke dag urenlang aan het lopen bent.

Een goede nachtrust is natuurlijk ook erg belangrijk om fit te blijven tijdens je tocht. Kies daarom een slaapzak die je voldoende warm houdt. Bij het aanschaffen van een slaapzak kun je letten op de comforttemperatuur en de minimumtemperatuur. Heb je het snel koud, neem dan ook extra thermokleding of een lakenzak mee. Dat kan een wereld van verschil zijn!

Verdiep je daarnaast in survivaltips. Vaak kom je dan op handige ideeën, zoals een hoofdlampje, toiletpapier en een zakmes. Maar houd het ook simpel, je wil zo licht mogelijk reizen, en meestal lukt het wel om te roeien met de riemen die je hebt.

Maak uiteindelijk een paklijst van alle essentiële spullen en loop die minutieus na. Als je eenmaal in de bergen bent, wil je er niet achter komen dat je iets vergeten bent. Probeer ook uit hoe je het beste kunt inpakken en oefen een keer een wandeling met bepakking.

voorbereiden tocht door de bergen reisboeken
Ga goed voorbereid op reis en schaf één of meerdere reisboeken aan!
ReizenReizen

5. Trainen voor de tocht

Alles is gepland en uitgedacht. Je hoofd is dus klaar voor je reis. Maar dan komt het belangrijkste en misschien wel het leukste onderdeel van je voorbereiding: trainen voor de trekking!

Je kunt je lichaam voorbereiden door wandelingen te maken, het liefst in heuvelachtige gebieden. Zo kun je oefenen met klimmen en dalen. Bouw je trainingen op met korte, middellange en lange tochten. Oefen ook voorafgaand aan de trekking met bepakking.

Daarnaast is het mogelijk om je lichaam te trainen met andere oefeningen. Je hebt flink wat uithoudingsvermogen en kracht nodig om meerdere dagen achter elkaar te lopen. Dit kun je opbouwen als volgt:

  • Zwemmen, joggen of fietsen zijn goede manieren om je conditie te verbeteren of op peil te houden. Als je dit wat lijkt, plan dan wekelijkse trainingen op vaste tijden. Begin rustig en bouw de intensiteit van je training in de loop van de tijd op.
  • Bij trektochten in de bergen worden je been-, bil- en rugspieren het meest belast, en ook je armen en schouders hebben kracht nodig om je tas te dragen. Je kunt jezelf voorbereiden door krachttraining te doen. Traplopen of step-oefeningen zijn aan te raden. Ook zwemmen is opnieuw geschikt om je armen en schouders krachtiger te maken.
  • En natuurlijk vind je in yoga veel oefeningen je hele lichaam sterker en flexibeler maken!

Met deze vijf tips kom je hopelijk een heel eind. Eigenlijk is de reis al begonnen als je zo bezig bent. Zoals R.M. Goodman zei:

“Remember that happiness is a way of travel – not a destination.”

Lana Donse organiseert yogareizen in Nepal. Benieuwd naar de combinatie van trekking en yoga? Lees er dan via deze link meer over! En heb jij je wintersport trouwens al geboekt? Sportiek biedt de scherpste aanbiedingen, met een laagste prijs garantie. Check. It. Out.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 comments